Margeregeling

Margeregeling voor gebruikte goederen

Bij handel in gebruikte goederen kan de margeregeling van toepassing zijn. Dat wil zeggen dat je bij inkoop geen btw aftrekt, en bij verkoop btw afdraagt op de winstmarge in plaats van het hele verkoopbedrag.

De margeregeling belast de extra toegevoegde waarde die ontstaat bij (her)verkoop van gebruikte goederen. Dit sluit aan bij het principe van btw, dat de toevoeging van waarde belast, en niet de productwaarde op zich. Door de marge te belasten, en niet het hele verkoopbedrag, is het verkoopbedrag voor klanten die geen btw aftrekken (vooral particulieren) lager.

Berekening van de btw

Om de btw-verplichting bij verkoop van marge-goederen te bepalen, boekt fENNA de marge-omzet op een aparte rekening, los van de reguliere omzet. De kosten van de inkopen van de marge-goederen worden ook op een ‘eigen’ rekening geboekt. Het verschil is de marge, en daarover berekent fENNA de af te dragen btw.

Hoge en lage btw

Tweedehands boeken vallen onder het lage btw tarief, ook in de margeregeling.

Je past de margeregeling toe op beide btw-tarieven, afhankelijk van het oorspronkelijke gehanteerde tarief. Tweedehands boeken vallen onder de margeregeling met het lage btw tarief, en tweedehands fietsen onder het hoge. fENNA bepaalt de marge voor beide tariefsoorten dus apart.

Margegoederen factureren

Kies de juiste margeregeling voor het btw-type van het product.

Om margegoederen te factureren open je het producten-scherm (vanuit het offerte- of factuurscherm). Je geeft als btw-type “marge (hoog)” voor marge-artikelen die onder het hoge btw-tarief vallen (anders kies je “marge(laag)”). Door in de factuur dit product te kiezen, boekt fENNA de omzet automatisch op de juiste margerekening . Zoals altijd kan apart in de factuurregel een prijs en omschrijving worden bepaald.

Inkopen van margegoederen

Kies de juiste margeregeling voor de inkopen van je product.

Om de inkopen van margegoederen vast te leggen, kies je bij de inkoop of betaling de bestemming “inkopen marge hoge btw”, of “inkopen marge lage btw”. Je mag geen btw aftrekken voor de inkoop. Je kiest daarom dus het 0%-tarief.

Globalisatiemethode

In fENNA past standaard de globalisatiemethode toe. Je mag géén btw-aftrek mag toepassen als je een negatieve marge hebt (voor méér geld margegoederen ingekocht dan verkocht). fENNA “geeft” dan de negatieve marge automatisch “door” naar de volgende periode. Op het moment dat er een positieve marge ontstaat, wordt die in de btw-aangifte opgenomen. Hier hoef je dus niets voor te doen.

Individuele methode

De individuele methode staat niet toe dat je negatieve marge naar een volgende periode overdraagt. Om deze methode toe te passen in fENNA, boek je de inkopen als normale inkopen met 0% btw. Vóórdat je btw-aangifte doet, boek je het kosten-bedragen van de verkochte marge-goederen over naar de marge-rekening (of je vraagt dit aan ons in een ondersteuningsverzoek).

Welke methode gebruiken?

Welke methode je mag gebruiken hangt af van het soort producten je dat verhandelt.  Je kunt de Belastingdienst verzoeken om voor 5 jaar van methode te wisselen.

De btw op je factuur

Btw voor iedereen

Iedereen heeft met de Belasting Toegevoegde Waarde (btw) te maken. Zelfs als je onderneming niet btw-plichtig is, betáál je nog steeds btw.
Je leest in dit blog over het principe van toegevoegde waarde, en hoe btw werkt. Voor het factureren en de bijbehorende boekhouding heeft het nogal wat impact.
Dit artikel legt uit wat er met de btw op je factuur gebeurt in welke situatie.

Hoe bepaalt fENNA de btw op je factuur?

Als je een factuur maakt, kijkt fENNA naar een aantal dingen bij het bepalen van het btw-tarief, en het boeken van de omzet in de boekhouding, en in deze volgorde:

  1. of de onderneming btw-plichtig is
  2. het land van de klant (dat je invult bij de adresgegevens)
  3. of “btw-verlegd” is aangevinkt
  4. het aangegeven tarief van de factuurregel

Daarmee wordt de btw-boekhouding bijgehouden, die ervoor zorgt dat de juiste bedragen in de aangifte op de juiste plaats komen te staan.

Niet btw-plichtig

Als de onderneming niet btw-plichtig is, mag die geen btw in rekening brengen. Eventuele btw-instellingen op product-niveau (die producten op hoge of lage btw-tarieven toewijzen) worden overschreven in het factuurscherm. De btw-percentage-selectie in het factuurscherm staat op 0% en is niet te veranderen.

Btw-plichtigheid stel je bij instellingen
Bij instellingen stel je in als je tw-plichtig bent.

Kleine-ondernemersregeling (KOR)

Vanaf 2020 kun je er onder bepaalde omstandigheden voor kiezen om gebruik te maken van de kleine-ondernemersregeling (KOR). Door bij de btw instellingen te kiezen voor “niet btw-plichtig”, helpt fENNA je bij het maken van je facturen (er wordt niet per ongeluk btw in rekening gebracht), maar ook bij de inkopen (je kunt niet per ongeluk btw-aftrek boeken). Lees hier meer over de nieuwe KOR .

Tarieven of vrijstellingen

Het normale btw-tarief is 21%. Voor sommige producten of diensten, of in bijzondere gevallen, is het lage tarief (9%), het nultarief, of btw-vrijstelling van toepassing. Zie de op de pagina tarieven en vrijstellingen [https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/btw/tarieven_en_vrijstellingen/] bij de belastingdienst welke dit zijn.

In fENNA kies je voor vrijgestelde producten en diensten het 0%-tarief op de factuur.

Als je vaste producten of diensten levert, kun je daarvoor het btw-tarief opvoeren, dat onder normale omstandigheden (zonder verlegging, bij binnenlandse klanten)  wordt gebruikt.

Btw verlegd

In bepaalde gevallen (zie op we website van de belastingdienst wanneer je btw moet verleggen), wordt de btw verplichting verlegd van de leverancier naar de klant. Dat wil zeggen dat er geen (0%) btw op de factuur komt, en het totale factuur bedrag geen btw bevat.

Als één van de producten of diensten op de factuur onder deze “verleggingsregeling” valt, moet de btw voor de hele factuur verlegd worden, ook als de andere producten of diensten op zichzelf geen verlegging zouden opleveren.

In fENNA vink je “btw verlegd” aan in het factuurscherm. De verlegde omzet wordt in de boekhouding op een aparte grootboekrekening geboekt, zodat altijd is na te gaan welke omzet verlegd is.

Verkopen binnen de EU.
© Thijs ter HaarCreative commons licentie

Verkopen aan andere landen binnen de EU

Je kunt bij het klant-adres aangeven wat het land is. Als dat een land is in de EU (en niet het thuisland), én als de klant een bedrijf is, geldt de verleggingsregeling. De factuur krijgt de tekst “btw verlegd” in de kop, en een verwijzing naar artikel 138, lid 1, Richtlijn 2006/112.

Voor particuliere klanten (“Personen” in fENNA) wordt de btw als normaal berekend.

De verlegde omzet wordt in de boekhouding op “Omzet binnen de EU” geboekt, zodat het voor de btw-aangifte goed verwerkt kan worden.

Verkopen aan andere landen
Je kiest het land van de klant in het contacten-scherm

Verkopen aan andere landen buiten de EU

Voor verkopen aan landen buiten de EU wordt aan personen de btw als op normale wijze berekend. Bij verkopen  aan buitenlandse bedrijven bereken je geen btw , en fENNA boekt de omzet als “omzet buiten de EU”. Ook hier kijkt fENNA naar het land van de klant.

Hoe btw werkt

Wat is btw?

Btw staat voor “Belasting (op) Toegevoegde Waarde”.
De belasting over toegevoegde waarde wordt op een slimme manier bij consumenten geïncasseerd, bij alles wat die koopt. Dit artikel beschrijft kort hoe btw werkt.
Toegevoegde waarde is de meerwaarde die een onderneming creëert. De Nederlandse staat belast die.

Een ander woord voor btw is  “omzetbelasting”, maar dat dekt de lading minder goed, zoals je hieronder zult zien.

De belastingdienst heft omzetbelasting via de facturen van ondernemingen.

Btw over het factuurbedrag

Als een onderneming btw-plichtig is, moet die over het factuurbedrag een belastingtarief (btw-tarief) heffen, en incasseren namens de Belastingdienst. De onderneming geeft zowel de omzetbedragen en de geheven btw  bedragen  op in de btw-aangifte, en draagt dat vervolgens de btw af.
Verschillende soorten producten en diensten worden belast met een verschillend tarief, hoog (nu 21%), laag (nu 9%), of een nul-tarief (0%). Op de website van de belastingdienst kun je vinden welke tarieven en vrijstellingen waarvoor gelden.

De onderneming berekent het totale factuurbedrag, per product of dienst, op deze manier:

totaal factuurbedrag = factuurbedrag + (btw-percentage x factuurbedrag)

Het totale bedrag inclusief btw wordt ook wel “bruto bedrag”, genoemd, en het bedrag, exclusief btw “netto”.

Btw over inkopen: voorbelasting

Hoewel het woord omzetbelasting anders doet vermoeden, gaat de belasting gaat over toegevoegde waarde, en niet de totale omzet. Daarom mag je de btw die aan de onderneming in rekening is gebracht (in veel gevallen) aftrekken van het af te dragen btw-bedrag. Er zijn uitzonderingen, waaronder bijvoorbeeld relatie-geschenken en zakelijk uit eten of -drinken. Ook mag je natuurlijk alleen btw die in rekening is gebracht aftrekken, en niet zomaar 21 procent van de totale kosten. De af te trekken btw wordt voorbelasting genoemd.

Hoe btw werkt: voorbeeld

Een voorbeeld maakt duidelijk hoe btw werkt in de economische keten.

Voorbeeld: hoe werkt btw in aardappelhandel

Je kunt je voorstellen dat een aardappelhandelaar bij een boer één ton aardappels inkoopt voor 1000 euro. Hierover brengt de boer 9% btw in rekening (levensmiddelen vallen onder het lage tarief). Op de factuur staat dus een totaalbedrag van 1090 euro.
De aardappelhandelaar verkoopt de aardappelen per kilo voor € 1,75 aan haar klanten (de consumenten). Hierover brengt ze dan ook 9% btw in rekening, dus op het bonnetje staat: € 1,91 per kilo.

Toegevoegde waarde

Als alle aardappelen zijn verkocht, heeft de handelaar 1910 euro ontvangen, waarvan 160 euro btw (1910 – 1750). De aardappelen die de handelaar eerder voor 1000 euro gekocht heeft, zijn voor 1750 verkocht. Ze heeft dus 750 euro waarde toegevoegd.

Wie betaalt uiteindelijk?

De geïncasseerde btw is 160 euro. De handelaar betaalt deze btw aan de belastingdienst, maar pas nadat er de betaalde 90 euro voorbelasting vanaf getrokken is (zodat de belasting daadwerkelijk over de toegevoegde waarde gaat).
De aardappelhandelaar draagt dus 70 euro btw af, en de boer 90 (we gaan er voor het gemak van uit dat de boer geen voorbelasting heeft om af te trekken). De 160 euro btw die de consument heeft betaald, wordt dus geïncasseerd via de boer en de handelaar.
Andersom: als de consument geen aardappelen koopt, voegt de handelaar geen waarde toe, en blijft de waarde van de aardappelen steken op 1000 euro, en de totale btw op 90.

Regels, regels, regels

Tot zover is het gemakkelijk. Maar er zijn regels voor bijzondere gevallen, zoals verkopen aan het buitenland, verleggingsregelingen, beperkingen op het recht op aftrek van btw bij verkoop van 0% producten of diensten. Je leest hier hoe fENNA je helpt met de btw op je factuur.
Kijk voor de regels en voorwaarden op de website van de Belastingdienst.